header-vervolg-01.jpg

Als je goed kijkt, zie je meer

Door: Erik Koelma, bestuurslid LHOV

 

Ik zie het als een uitdaging om het landelijk bestuur van de LHOV in te gaan. Aangezien ik samen met twee andere collega’s de regionale Utrechtse opleidersvereniging nieuw leven heb ingeblazen, bedien ik op die manier twee kanten. Een actieve(re) regionale vereniging, en een vrijgekomen vacature in het landelijk bestuur.

Hoewel ik nog maar beperkt bestuurservaring heb, en dus ook veel leer (daar heb je het weer) van mijn mede bestuurscollega’s, heb ik mij voorgenomen vooral eerst veel indrukken te krijgen met observeren en de ‘bestuurswereld’ beter te leren kennen door veel vragen te stellen hoe een en ander in elkaar steekt. Huisartsopleiding Nederland is een grote organisatie en kent een ingewikkelde structuur.

 

Inmiddels ben ik gekoppeld aan de werkgroep die zich bezig houdt met het Hisdata project. Een project waarin opleiders in hun HIS data kunnen verzamelen ten behoeve van de opleiding. Data gestuurd opleiden. Hierover komt op HAweb een aparte uitleg.

 

Ik zie dat het bestuur een hoop voor elkaar krijgt wat ik voorheen niet door had. Zo bestaat er de discussie hoe we meer opleiders kunnen aantrekken die lid van de LHOV worden. Maar waarom zou je daarvoor betalen, is de vaak gehoorde vraag. Ik zal één simpel voorbeeld geven om het antwoord te illustreren: omdat we afgelopen jaar de vergoeding voor de frictieleegstand voor elkaar hebben gekregen. Daar krijg je als opleider € 38 per maand extra door. Per jaar € 475. Daarmee heb je je contributie er dus 2x uit gehaald! Dat is dus wel dankzij de LHOV!

 

Een ander aandachtspunt waar ik mij sterk voor wil maken, is de kwaliteit van opleiders en hoe om te gaan met kwaliteitsverbetering en toetsing van opleiders. Er vindt momenteel een herschrijving plaats van het landelijk plan scholing en toetsing van opleiders. Denk daarbij ook aan onze positie tussen de instituten en de aios. Welke uniforme afspraken liggen er landelijk? Welke verschillen zijn er per opleidingsinstituut? Wat is zinvolle toetsing en wat niet? Een voorbeeld: wie van ons krijgt er nou echt een voortgangsgesprek met het instituut? Welke behoefte is er eigenlijk op het gebied van scholing? En welke regels zijn er voor de beide partijen? Met een weldoordacht antwoord op dergelijke vragen dragen we bij aan een toekomstbestendig plan.

 

Tot slot hoop ik dat ik naast veel nieuwe indrukken en zinvolle momenten ook vooral de feedback te krijgen om namens jullie te kunnen werken. Een bestuur heeft input nodig en hoe meer leden zich actief maken voor waar wij met z’n allen voor staan, des te sterker staan wij weer in de onderhandelingen.

 

Ik zie jullie graag op de algemene ledenvergaderingen.

LHOV laat je schitteren.