header-vervolg-01.jpg

2018: Waar zet de LHOV zich voor in?

Door: Mirella Buurman, voorzitter LHOV

 

De snel veranderende zorg vraagt om flexibele en bevlogen nieuwe collega’s. Die nieuwe collega’s, de aios, worden opgeleid door flexibele en bevlogen huisartsopleiders. U dus!

Maar als u dit leest, heeft u dan het ‘ja-gevoel’? Denkt u dan: “Ja, dat geldt voor mij, ik ben een flexibele en bevlogen opleider”? Als ik hierop eind vorig jaar zelf antwoord had moeten geven dan had ik moeten toegeven dat de rek een beetje uit mijn flexibiliteit en bevlogenheid was.

 

Waar had dat nou mee te maken? Ja, het is druk in een huisartsenpraktijk, aan het einde van een volle werkdag kom ik vaak moe thuis. En ja, het wordt ingewikkelder met alle medewerkers ook tijd te vinden om te overleggen en werkafspraken te maken. Maar normaal gesproken geven al deze dingen mij juist energie. Ik vind het heerlijk om van het ene probleem naar het andere te springen, het is nooit saai in de praktijk, je weet nooit hoe je dag echt zal verlopen en mijn aios zorgt ook voor mooie en leerzame momenten. In tien tot twintig minuten een probleem oplossen, heerlijk!

 

Maar ik merkte dat ik soms vastliep in de zorg voor mijn patiënten. Een patiënt met een terminale nierinsufficiëntie verzwakte dusdanig dat hij dagelijks viel. Ik trof hem vaak ontredderd op de grond aan. Dit ging zo niet langer. Het duurde nog vier weken, met dagelijkse valpartijen, kneuzingen en wonden, godzijdank geen fractuur, tot hij werd opgenomen in een verpleeghuis. Er kwam pas vaart in toen ik dagelijks ging bellen met het CIZ om de indicatie te versnellen. Voor mijn chronisch psychiatrische patiënte, met oedemateuze benen waar het vocht uitliep, die onvoldoende vaardigheden voor zelfzorg in huis heeft en de thuiszorg niet vertrouwt, was geen opnameplek om haar te ontwateren. Mijn aios kreeg in de dienst pas bij het vierde ziekenhuis dat we belden gehoor om een patiënt op te nemen die waarschijnlijk een heupfractuur had. Ik voel dat deze situaties me leegzuigen. Ik wil deze patiënten helpen, ik en mijn aios zijn aan het einde van onze mogelijkheden en er is niemand die het van ons wil overnemen. Bovendien schaamde ik me. Dit is toch geen goede zorg? Hoe leg ik dat nu aan mijn aios uit? Mijn patiënten vallen tussen wal en schip en ik voel me verantwoordelijk.

 

Gelukkig zijn er meer huisartsen en opleiders die dit merken en die er ook wat aan willen doen. NHG en LHV waren al begonnen met hun toekomstvisie te herzien toen HRMO met het idee kwam om een Woudschoten revisited te organiseren. Ze willen heldere grenzen aan de huisartsenzorg formuleren door een heroriëntatie op onze kernwaarden. Bij deze heroriëntatie worden veel huisartsen betrokken, uit de praktijk, uiteraard ook de aios en de opleiders, de LOVAH, LHOV, NHG, LHV en de academie. Het is noodzakelijk dat we allemaal weten wat de huisarts wel doet en wat niet. Het is moeilijk verantwoordelijkheden te verdelen als je je eigen grenzen niet kent en vaststelt. Mijn bovengenoemde voorbeelden geven al aan dat dit niet langer kan. Wij zijn als huisartsen de laatste verantwoordelijke schakel in de keten. Wij zullen onze patiënten niet in de steek laten als die tussen wal en schip vallen. Dat is onze achilleshiel. Mooi, maar ook kwetsbaar. Het is dus noodzakelijk dat wij harde afspraken maken wie de verantwoordelijkheid van ons overneemt zodra die van ons ophoudt.

Ik moet zeggen dat ik hier erg blij van word, ik voel mijn energie en bevlogenheid weer terugkomen. Ook mijn aios zal er blij van worden in de toekomst! Een helder beeld van wat wel en niet bij de huisarts thuishoort zal onze patiënten, onze aios en onszelf goed doen.

LHOV laat je schitteren.