header-vervolg-02.jpg

Een druïden-bijeenkomst met blauw zwaailicht

Door Jaap Schuurmans, bestuurslid LHOV

 

Huisartsen organiseerden 21 januari jl. met urgentiegevoelens een landelijke bijeenkomst. Zestig jaar geleden werd op dezelfde plek in Woudschoten het fundament voor het nieuwe specialisme Huisartsgeneeskunde gelegd. Fundamentele kernwaarden van zorg werden toen geformuleerd. Deze zorg moet behalve persoonsgericht ook generalistisch en continu zijn. Het werkterrein van de huisartsen is sindsdien steeds meer opgerekt. Huisartsen nemen bijvoorbeeld steeds meer werk over van hun medisch-specialistische collega’s in de ziekenhuizen, met bijkomende aansprakelijkheid, en staan aan het hoofd van steeds groter wordende huisartsenteams, wat zorgmanagement vereist. De werkdruk van bijkomende verplichte avond-, nacht- en weekenddiensten is ook zwaarder gaan wegen. De rek is eruit. Was het destijds een kwestie van terrein winnen, nu is het een kwestie van begrenzen.

 

Opmerkelijk is dat na uitvoerige beraadslagingen, ook in de afgelopen maanden, de huisartsen nu eensgezind besloten hebben hun kernwaarden van destijds te bekrachtigen en zelfs er één aan toe te voegen: de gezamenlijkheid. Bedoeld wordt met patiënten te bepalen wat passende zorg is, en de samenwerking binnen en buiten het huisartsenteam. Generalistisch is nu medisch-generalistisch geworden, maar huisartsen blijven vinden dat zij het eerste aanspreekpunt zijn voor de lichamelijke en psychische klachten van hun patiënten, van jong tot oud. Dus een bekrachtiging van de taken en verantwoordelijkheden en nog geen antwoord op de meest nijpende vragen van nu: de avond-, nacht- en weekenddiensten en de toenemende druk op de praktijk.

 

Over kerntaken, 24/7 en begrenzen: uitkomst Woudschoten wordt vervolgd

Was dit dan uitsluitend een druïden-bijeenkomst met blauw zwaailicht en moet er gewoon weer verder productie worden gedraaid? Nee, het is nu aan de acht organiserende organisaties van deze conferentie om standpunten te vertalen naar omringende partijen en de huisarts in zijn spreekkamer te ondersteunen in het helpen te begrenzen. Dat betekent in mijn ogen enerzijds het begrenzen van verdergaande specialisering onder de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van praktijk houdende huisartsen. Maar anderzijds juist het ondersteunen van onze belangrijke zorgcoördinatietaak voor de patiënt, als het gaat om klinische complexiteit. Klinische complexiteit komt voort uit de dynamische interactie van zowel intrinsieke factoren (leeftijd, geslacht, multi-morbiditeit en kwetsbaarheid van de patiënt) als contextuele factoren (sociaaleconomisch, gedrag, cultuur en omgeving).

 

In de opleiding van huisartsen hebben we een sleutelrol in de overdracht van kennis over complexiteit. Zorg voor ‘heel de mens’ van hen die dit het hardst nodig hebben vertegenwoordigt misschien wel het best de grondslag van de huisartsenzorg. Vertaald naar de avond-, nacht- en weekenddiensten zou dit kunnen betekenen dat de huisarts zich beperkt tot de zorg voor hen die thuis verblijven met klinische complexe aandoeningen. Vaak is dit de  groep met de wens op termijn thuis te willen komen te overlijden. In de aanloop van de Woudschoten conferentie in de enquête van onderzoeksbureau Nivel hebben mensen aangegeven veel waarde te hechten aan de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisarts bij het thuis overlijden.

 

Als opleiders zullen we de komende tijd in kaart brengen hoe wij de herijkte waarden en kerntaken vertalen naar het opleiderschap, en de taak en rol die we als LHOV hierin vervullen.

 

LHOV laat je schitteren.